Meer info
Ordening
Structuur van het archief:
- Stukken van persoonlijke aard
06. Jean-Baptiste Bethune (1821-1894) en Emilie Outryve d'Ydewalle (1826-1894)
060. Personalia
061. Politiek en katholiek engagement
062. Artistieke functies
063. Correspondentie
064. Financiële zaken (1842-1894)
065. Successie (1842)
066. Diverse foto's en prenten
067. Varia en diverse later toegevoegde stukken
- Stukken van aanverwante families
- Stukken van persoonlijke aard
06. Jean-Baptiste Bethune (1821-1894) en Emilie Outryve d'Ydewalle (1826-1894)
060. Personalia
061. Politiek en katholiek engagement
062. Artistieke functies
063. Correspondentie
064. Financiële zaken (1842-1894)
065. Successie (1842)
066. Diverse foto's en prenten
067. Varia en diverse later toegevoegde stukken
- Stukken van aanverwante families
Info archiefverwerving
Onbekend
Beheergeschiedenis
De uitgebreide collectie van het archief en de bibliotheek van de Stichting de Bethune is het resultaat van de eeuwenlange verzameldrift van leden van de familie de Bethune. Al sinds Pierre Bethune (1672-1735) worden niet alleen alle officiële documenten, maar ook persoonlijke briefwisseling en rekeningen bijgehouden. Zijn zonen, Pierre François (1721-1800) en Jean-Baptiste (1722-1791), zetten deze traditie verder en bewaarden naast het archief van hun vader ook hun eigen briefwisseling, rekeningen en koopakten. Jean-Baptiste Bethune ging hierbij zeer nauwkeurig te werk. Zijn archief bevat uitgebreide briefwisseling met zowel dichte als verwante families, vrienden en kennissen. Voorts hield hij ook het archief van de linnenhandel, die hij in 1735 overnam van zijn schoonbroer Joseph Van Dale, nauwgezet bij. Ook bij zijn zoon, Jean-Baptiste (1757-1791), komt dezelfde karaktertrek naar boven. Dit alles zorgde er voor dat de geschiedenis van de familie zich, i.t.t. vele andere familiegeschiedenissen, niet beperkt tot een loutere opeenvolging van namen en data.
Ondanks de wens om alles zo goed mogelijk te documenteren en te bewaren kwam geleidelijk aan een zekere versnippering van het familiale patrimonium tot stand. Diverse erfenissen zorgden er voor dat de archiefbescheiden zich over de verschillende takken van de familie verspreidden.
Begin 19e eeuw, na de bouw van het kasteel van Marke, kwam een vrij omvangrijk deel van het familiearchief op de zolders terecht. De eerste bewoners, Marie-Thérèse Delebecq (1767-1844), weduwe van Jean-Baptiste Bethune, en haar tweede echtgenoot, François van Ruymbeke (1770-1840), zetten de traditie van de twee voorgaande generaties verder en bewaarden hun volledige briefwisseling, zowel op zakelijk, politiek als persoonlijk vlak.
Felix Bethune (1789-1880), de enige zoon die Marie-Thérèse overleefde, documenteerde op zijn beurt op minutieuze wijze zijn politieke loopbaan. Na zijn dood werd zijn archief opgesplitst tussen zijn zonen Jean-Baptiste (1821-1894) en Paul (1830-1900). Die werd in 1972 ongedaan gemaakt toen beide delen terug in Marke werden samengebracht.
Ook de zonen van Felix erfden de eigenschap om alles te bewaren. De kinderen van Jean-Baptiste de Bethune (1821-1894) hebben het archief van hun vader en zijn broers, kannunik Felix (1824-1909) en Paul (1830-1900), zo goed als volledig bewaard en geclassificeerd. Hierdoor weerspiegelt het archief in Marke uiterst volledig de geschiedenis van de familie gedurende de tweede helft van de 19e eeuw. Behalve het kapittel had Felix ook interesse voor numismatiek en archeologie, was hij vanaf het begin een aanhanger van missies en voorstander van Guido Gezelle gedurende zijn periode te Roeselare. Paul trad op zijn beurt in de voetsporen van zijn vader en zou gedurende dertig jaar als senator (1870-1900) aan de slag gaan.
De archieven van Paul's zoon, Léon de Bethune (1864-1907), parlementariër en raadgever van de Conseil Supérieur de l'Etat indépendant du Congo werden grotendeels opgesplitst. Met uitzondering van de stukken betreffende zijn missies in Afrika – die een tijdlang in Kinshasa en later in het Vaticaan ondergebracht werden – bevinden de meeste stukken zich
Ondanks de wens om alles zo goed mogelijk te documenteren en te bewaren kwam geleidelijk aan een zekere versnippering van het familiale patrimonium tot stand. Diverse erfenissen zorgden er voor dat de archiefbescheiden zich over de verschillende takken van de familie verspreidden.
Begin 19e eeuw, na de bouw van het kasteel van Marke, kwam een vrij omvangrijk deel van het familiearchief op de zolders terecht. De eerste bewoners, Marie-Thérèse Delebecq (1767-1844), weduwe van Jean-Baptiste Bethune, en haar tweede echtgenoot, François van Ruymbeke (1770-1840), zetten de traditie van de twee voorgaande generaties verder en bewaarden hun volledige briefwisseling, zowel op zakelijk, politiek als persoonlijk vlak.
Felix Bethune (1789-1880), de enige zoon die Marie-Thérèse overleefde, documenteerde op zijn beurt op minutieuze wijze zijn politieke loopbaan. Na zijn dood werd zijn archief opgesplitst tussen zijn zonen Jean-Baptiste (1821-1894) en Paul (1830-1900). Die werd in 1972 ongedaan gemaakt toen beide delen terug in Marke werden samengebracht.
Ook de zonen van Felix erfden de eigenschap om alles te bewaren. De kinderen van Jean-Baptiste de Bethune (1821-1894) hebben het archief van hun vader en zijn broers, kannunik Felix (1824-1909) en Paul (1830-1900), zo goed als volledig bewaard en geclassificeerd. Hierdoor weerspiegelt het archief in Marke uiterst volledig de geschiedenis van de familie gedurende de tweede helft van de 19e eeuw. Behalve het kapittel had Felix ook interesse voor numismatiek en archeologie, was hij vanaf het begin een aanhanger van missies en voorstander van Guido Gezelle gedurende zijn periode te Roeselare. Paul trad op zijn beurt in de voetsporen van zijn vader en zou gedurende dertig jaar als senator (1870-1900) aan de slag gaan.
De archieven van Paul's zoon, Léon de Bethune (1864-1907), parlementariër en raadgever van de Conseil Supérieur de l'Etat indépendant du Congo werden grotendeels opgesplitst. Met uitzondering van de stukken betreffende zijn missies in Afrika – die een tijdlang in Kinshasa en later in het Vaticaan ondergebracht werden – bevinden de meeste stukken zich

