Identificatie Organisatie Profiel Departement van de Provinciale Hogeschool Limburg Referentienummer act-0000998 Achternaam / organisatienaam Departement Architectuur (PHL) Geboortedatum / datum van oprichting 1995 Datum van overlijden / stopzetting 2013 Alternatieve naam Departement Architectuur (PHL) - (1995-2000) departement Architectuur en Beeldende Kunsten (PHL) - (2000-2010) departement Architectuur en Interieurarchitectuur (PHL) ) - (2010-2013) departement PHL-Architecture dpt. PHL-Architecture (PHL) dpt. PHL-Arts and Architecture Nationaliteit Belgisch Biografie / organisatiegeschiedenis Op 1 oktober 1957 ging de hogere architectuuropleiding aan de Provinciale school van start. De naam en structuur van de school veranderde doorheen de jaren, maar de vijfjarige opleiding veranderde de voorbije 50 jaar amper, althans structureel: in 1977 werd een onderscheid gemaakt tussen de twee cycli (2+3), in het academiejaar 2004-2005 werd de Ba-Mastructuur ingevoerd (3+2). Het atelier of de ontwerpstudio was sinds de oprichting de kern waarrond het onderwijs georganiseerd werd. De andere opleidingsonderdelen werden enkele jaren geleden gegroepeerd in vier bureaus: ‘beelding’, ‘bouwkunde’, ‘cultuur’ en ‘mens en ruimte’ (initieel ‘stedenbouw’). Het dpt. PHL-Architecture ontstond in 1995. In het kader van het Hogescholendecreet van 13 juli 1994, werden verschillende autonome onderwijsinstellingen samengevoegd tot grotere hogescholen. In Limburg fuseerden in 1995 zeven provinciale scholen voor hoger onderwijs, tot de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL), een officieel gesubsidieerde hogeschool. De PHL bestond toen uit 6 departementen: departement Architectuur (PHAI, Provinciaal Hoger Architectuur Instituut), departement Beeldende Kunst (PHIKO, Provinciaal Hoger Instituut Kunstonderwijs), departement Biotechniek (de hogere afdeling van het PIBO, Provinciaal Instituut voor Biotechnologisch Onderwijs), departement Handelswetenschappen/ Bedrijfskunde (PHHI, Provinciaal Hoger Handelsinstituut en PIHO, Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs), departement Lerarenopleiding (Provinciale Normaalschool), departement Gezondheidszorg (PHIV, Provinciaal Hoger Instituut voor Verpleegkunde). De nieuwe structuur trad in werking tijdens het academiejaar 1995-1996. In juni 2000 werden het departement Architectuur (altern.: departement Architectuur en Interieurarchitectuur) en het departement Beeldende Kunst opnieuw samengevoegd tot één departement Architectuur en Beeldende Kunsten (dpt. PHL-Arts and Architecture); elke opleiding bleef wel over een eigen opleidingsraad en -coördinator beschikken onder één gezamenlijk departementshoofd, ook de aparte locatie in twee gebouwen op de campus in Diepenbeek bleef behouden. In 2010 werd deze fusie opnieuw ongedaan gemaakt: het departement Architectuur en Interieurarchitectuur bestaat opnieuw op zich, maar de afdeling Beeldende Kunst ging op in de MAD-faculty (gezamenlijke faculteit van de PHL en de KHLim). Met het oog op de academisering van de hogescholen werd in januari 2006 de 'associatiefaculteit Architectuur en Interieurarchitectuur' opgericht. De associatiefaculteit bereidt de integratie van de academische Ba- en Ma-opleiding architectuur en interieurarchitectuur in de universiteit voor, die gepland is voor 2013. De associatiefaculteit valt onder de gedeelde verantwoordelijkheid van de UHasselt en de PHL en omvat de opleidingen architectuur en interieurarchitectuur en het onderzoeksinstituut ArcK dat aan het departement werd opgericht in het academiejaar 2006-2007. In 2010 werden de kunstopleidingen opnieuw afgescheiden van het architectuuronderwijs en ondergebracht in een afzonderlijk departement: de MADfaculty (Media, Arts and Design). De afdeling architectuur en interieurarchitectuur transformeerde tot dpt. PHL-Architecture die de twee bachelors en masters of science bleef inrichten. De opleidingsraad (OR) architectuur en de OR interieurarchitectuur garanderen de kwaliteit van respectievelijk de bachelor en masteropleidingen architectuur en interieurarchitectuur. Het onderzoeksinstituut ArcK coördineert het onderzoek aan het departement waarbinnen ontwerpmatig onderzoek een belangrijke plaats inneemt. De drie centrale onderzoeksdomeinen zijn op dat moment Herbestemming, Universal Design en Retail. Zes onderzoeksgroepen zijn actief op deze drie thema’s, elk met een specifieke focus: Energie en Comfort (duurzame omgang met patrimonium), Mapping/modelling Urban Space (MMUS) (ruimtelijke transformatieprocessen), Democratie & Architectuur, Architecture & Democracy (DAAD) (culturele en democratische dimensie van architectuur), Universal Design (integraal en inclusief ontwerpen voor iedereen), Retail Design (micro- en macroschaal van de commerciële ruimte) en Scenografie. In de aanloop naar de integratie werd in 2011 een structurele reorganisatie van het onderzoeksinstituut doorgevoerd: herbestemming werd als speerpunt naar voor geschoven, met daaronder twee grote onderzoeksdomeinen, met name ruimtelijk onderzoek en sociaal-cultureel onderzoek. Intussen richtten de PHL, de Hogeschool Limburg (nu XIOS Hogeschool Limburg) en het Limburgs Universitair Centrum (LUC) (nu Universiteit Hasselt) de vzw Associatie Universiteit Hogescholen Limburg (AUHL, 24 september 2003) op met het oog op de integratie van universiteit en hogescholen (voorzien in 2013). De Associatiefaculteit Architectuur en Interieurarchitectuur valt onder de gedeelde verantwoordelijkheid van de Universiteit Hasselt en de PHL. Vanaf september 2013 worden de bachelor en masteropleidingen architectuur en interieurarchitectuur ondergebracht in een zelfstandige faculteit binnen de Universiteit Hasselt, meerbepaald de Faculteit ArcK, en wordt de associatiefaculteit Architectuur en Interieurarchitectuur opgeheven. Kwantitatieve gegevens Na de splitsing telde het PHIA in 1971-1972 196 studenten, het volgend academiejaar al 240 studenten. Specifiek wat betreft de architectuuropleiding waren in 1960-1961 (de vroegst bewaarde gegevens) 42 studenten ingeschreven over de verschillende studiejaren. Het aantal architectuurstudenten zou tijdens de jaren zestig en zeventig relatief lineair toenemen. Het studentenaantal weerspiegelt niet alleen de sterker wordende reputatie van de opleiding, maar ook externe factoren en omstandigheden zoals de afschaffing van het ingangsexamen in 1977 (1976-1977: 148, 1977-1978: 228, 1978-1979: 270) en de crisis in de bouwsector begin jaren tachtig (sterke maar tijdelijke daling van het studentenaantal, 1985-1986: 181 ingeschreven studenten en 48 afgestudeerden, 1986-1987: 151 ingeschreven studenten en 20 afgestudeerde studenten). In 1994-1995 waren 479 architectuurstudenten ingeschreven. Bronnen en literatuur Tom APPELS, Ik word architect. Een kritische kijk op de architectuuropleiding, scriptie 1998-1999, PHLdA. Jo BERBEN, Sylvain DE BLEECKERE, Danny WINDMOLENS(red.), In de ruimste zin. Opleiding architectuur PHL-Dpt. Arts and Architecture, Diepenbeek: RedAR, 2009, 147 p. 'Exit' (jaarlijkse publicatie met de afstudeerwerken per afdeling/richting, vanaf ca. 2006 tot haden). Michael MARTENS, 40 jaar architectuuronderwijs in Limburg. Stromingen, ideeën en opvattingen aan het PHAI, scriptie 1995-1996, PHLdA, 77 p. Gregory NIJS, 40 jaar architectuuronderwijs in Limburg van 1957-1997. Geschiedenis, opvattingen en stromingen binnen het instituut, scriptie 1996-1997, PHLdA, 80 p. www.phl.be/eCache/DEF/4/906.html Zelfevaluatierapport van de academische opleidingen 'Bachelor in de architectuur', 'Master in de architectuur, onuitgegeven document, PHL: dpt. Arts and Architecture, december 2009, 110 p. Bronnengids Architectuuronderwijs Vlaanderen (2012). Referenties in andere databanken ODIS http://www.odis.be/lnk/OR_37731 Gecontroleerde trefwoorden Beroepen of funties Onderwijsorganisatie Disciplines Architectuur Stedenbouwkunde Gemeentes Diepenbeek (België > Vlaanderen > Limburg > Hasselt > Diepenbeek) Vrije trefwoorden kunst