Identificatie Organisatie Profiel Belgische onderwijsinstelling Referentienummer act-0000911 Achternaam / organisatienaam École du Génie Civil (UGent) Geboortedatum / datum van oprichting 1836/__/__ Alternatieve naam Ecole du Génie Civil (UGENT) Ecoles Techniques (UGent) Polytechnische Scholen (UGent) Technische Scholen (UGent) School voor Burgerlijke Bouwkunde (UGent) School voor Burgerlijke Ingenieurs (UGent) Nationaliteit Belgisch Biografie / organisatiegeschiedenis De Technische Scholen verzorgden vanaf 1836 de ingenieursopleiding aan de Faculteit Wetenschappen van de Gentse Universiteit (de oprichting werd mogelijk binnen het kader van de wet Theux van 27 september 1835). De Technische Scholen, die beschouwd kunnen worden als de opvolger van de School voor Kunsten en Ambachten (°1925), werden opgericht als Ecole du Génie Civil bij het KB van 26/9/1836. De studies duurden vier jaar (voorafgegaan door een toelatingsexamen). De eerste twee jaar onderwijs werden gezamenlijk ingericht voor alle ingenieursstudenten (wetenschappelijk basisonderwijs), nadien werd het programma gediversifieerd in drie afdelingen (Ponts et Chaussées, Arts et Manufactures, en Architecture Civile). De studies in de afdeling Burgerlijke Génie/Ponts et Chaussées werden beëindigd door een examen voor een centrale jury in Brussel en leidde tot de wettelijk graad van doctor in de wetenschappen, terwijl het eindexamen in de twee andere afdelingen leidde tot een ‘diplôme de capacité’. In 1838 wijzigde de structuur van de Technische Scholen, volgens het KB van 1 oktober 1838 “qui met l’institution du corps des ponts et chaussées en rapport avec la loi organique de l’enseignement supérieur.” Met dit KB kreeg de Gentse univeristeit het monopolie tot de opleiding van ingenieurs van Bruggen en Wegen in dienst van de Belgische Staat. De afdelingen Ponts et Chaussées en Architecture Civile werden samengevoegd in de Ecole du Génie Civil, terwijl de afdeling Arts et Manufactures werd ondergebracht in een aparte Ecole des Arts et Manufactures. Beide scholen bestonden uit een voorbereidende afdeling (Voorbereidende School of Ecole Préparatoire; 2 jaar studie) en een hogere afdeling (Speciale School, Bijzondere School of Ecole Spéciale; studieduur afhankelijk van de richting). In de Ecole Spéciale du Génie Civil werd het onderscheid gemaakt tussen een lagere afdeling voor ‘conducteurs de constructions civils’ (2 jaar) en een hogere afdeling voor ‘sous-ingénieurs civiles’ (3 jaar studie). In 1850 werd de nieuwe richting van ‘ingénieur civil’ en in 1864 die van ‘ingénieur-architecte’ toegevoegd (samen ondergebracht in een aparte afdeling Architecture Civile, 2 jaar studie). In 1880 werd de opleiding aan de Ecoles Spéciales gesplitst, met aparte curricula voor de drie verschillende afdelingen: de ‘section des Ponts et Chaussées’ voor ingenieurs en conducteurs Bruggen en Wegen, de ‘section du génie civil’ voor civiel ingenieurs en de ‘section des ingénieurs-architectes’ (in de Ecole Préparatoire waren de ‘section du génie civil’ en de ‘section des ingénieurs-architectes’ samengevoegd). De opleiding tot ingenieur-architect zou als voorbeeld dienen voor de opleiding die Leuven organiseerde vanaf 1878-1879. De Ecole des Arts et Manufactures werd op papier opgericht in 1838 maar bestond in praktijk pas vanaf 1852: de vierjarige opleiding was te zwaar en te theoretisch zodat de industriële wereld geen belangstelling toonde. De opleiding tot ‘ingénieur des arts et manufactures’ werd in 1852 vervangen door een driejarige opleiding tot ‘ingénieur industriel’ (nijverheidsingenieur). Een Ecole préparatoire werd pas rond 1860 ingericht. De studieduur bedroeg aanvankelijk één jaar en vanaf 1880 twee jaar. De totale studieduur in de Ecole des Arts et Manufactures kwam zo in 1880 terug op vier jaar te liggen. In 1923 werd met de School voor Mijnbouwkunde een derde afdeling opgericht binnen de Technische Scholen. Het onderwijs werd verzorgd door professoren en gedetacheerde ingenieurs van het Ministerie van Openbare Werken. De algemene leiding van de Technische Scholen werd toevertrouwd aan de beheerder-inspecteur van de universiteit, met een studie-inspecteur voor de Voorbereidende School en een studie-inspecteur voor de Speciale School. In 1839 werd met de Conseil de perfectionnement des Ecoles Spéciales een bijkomend controleapparaat ingericht, verantwoordelijk voor programmawijzigingen. Met het KB van 26 april 1934 werd binnen de Technische Scholen de Raad der Scholen opgericht, die o.a. bevoegd was voor het systeem van puntentoekenning, de organisatie van oefeningen, de inhoud van het programma. De definitieve vernederlandsing van de Technische Scholen vond i.t.t. tot de rest van de universiteit in 1930- pas plaats in 1935. Met de wet van 30 april 1890 (aangevuld met de wet van 3 juli 1981) werden de programma's van het ingenieursonderwijs grondig hervormd en werd tevens een eind gemaakt aan het monopolie van de rijksuniversiteiten m.b.t. de opleiding van ingenieurs in overheidsdienst. Ook de universiteiten in Leuven en Brussel mochten nu de wettelijke graden van kandidaat-ingenieur, burgerlijke mijningenieur en ingenieur der burgerlijke bouwkunde (Ingenieur des constructions civiles i.p.v. ingenieur honoraire des Ponts et Chauss) uitreiken. Het programma van deze wettelijke graden was bij wet vastgelegd (i.t.t. tot de zogeheten wetenschappelijke graden). In Gent werden de wettelijke graden van kandidaat-ingenieur (Ecole Préparatoire, 2 jaar) en ingenieur der burgerlijke bouwkunde (Ecole Spéciale, 3 jaar) uitgereikt, naast de wetenschappelijke graden van civiel ingenieur (ingenieur civil, 4 jaar), ingenieur-architect (vanaf 1891 5 jaar i.p.v. 4 jaar ) en nijverheidsingenieur (\ingenieur industriel, 4 jaar, aan de Ecole des Arts et Manufactures). De komende jaren werden ook geleidelijk nieuwe wetenschappelijke graden toegevoegd: werktuigkundig en scheikundig ingenieur (beiden vanaf 1891 aan de Ecole des Arts et Manufactures), elektrotechnisch ingenieur (via complementair jaar, vanaf 1900), scheepsbouwkundig ingenieur (via complementair jaar, vanaf 1905). Tijdens het interbellum werd opnieuw een belangrijke programmawijziging doorgevoerd. Volgens de wet van 21 mei 1929 werd het aantal wettelijke graden van twee op negen gebracht, allemaal te bekomen na een vijfjarige studie. De nieuwe programma's zouden verplicht ingaan vanaf het academiejaar 1932-1933, maar aangezien de verschillende leergangen in Gent reeds gedoceerd werden (behalve de nieuwe graad van textielingenieur, die in Gent pas in 1942 werd uitgereikt), werd het nieuwe programma reeds vanaf 1930 stapsgewijs in praktijk gebracht. De 8 wettelijke graden die in Gent georganiseerd werden zijn burgerlijk bouwkundig ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect, burgerlijk scheepsbouwkundig ingenieur, burgerlijk werktuigkundig ingenieur, burgerlijk elektrotechnisch ingenieur, burgerlijk scheikundig ingenieur, burgerlijk metaalkundig ingenieur, burgerlijk mijnbouwkundig ingenieur. De nieuwe wettelijke graden hadden aanvankelijk weinig succes, tot de studieduur van de bestaande wetenschappelijke graden (ingenieur-architect, ingenieur der burgerlijke genie -d.i. de vroegere civiel ingenieur-, scheikundig ingenieur, elektrotechnisch ingenieur en werktuigkundig ingenieur) vanaf 1935-1936 op 5 jaar werd gebracht. Daarnaast bleef ook de mogelijkheid bestaan om alle wettelijke graden te verkrijgen als wetenschappelijke graad (met een gunstiger examenregime en andere wettelijke vereisten). De Technische Scholen werden door het KB van 11 februari 1957 opgenomen in de nieuwe Faculteit van de Toegepaste Wetenschappen (aan de Luikse universiteit was dit reeds in 1893 gebeurd). De nieuwe faculteit kreeg de gebruikelijke faculteitsstructuur, met een decaan en faculteitsraad. Daarnaast bleef ook de beheersstructuur van de Technische Scholen behouden, met een directeur van de Technische Scholen (voorzitter van de Raad der Scholen en van de examencommissie) en studie-inspecteur (vanaf 1957 niet langer aangesteld bij KB maar door de faculteit). Deze functies werden afgeschaft in 1971 (Raad der Scholen) en 1974 (directeur en studie-inspecteur van de Speciale Scholen; de studie-inspecteur van de Voorbereidende Scholen bleef behouden tot in de jaren 80) (De historiek van de opleiding tot burgerlijk ingenieur-architect wordt in detail besproken bij de Vakgroep Architectuur & Stedenbouw.) In de periode tussen 1860-1861 en 1889-1890 behaalden 210 Belgische + 9 buitenlandse ingenieurs Bruggen en Wegen hun diploma aan de Technische Scholen in Gent, naast 157 Belgische + 247 buitenlandse civiel ingenieurs, 140 Belgische + 91 buitenlandse nijverheidsingenieurs en 20 Belgische + 9 buitenlandse ingenieurs-architecten. Het aantal studenten ingeschreven aan de Technische Scholen steeg van 364 in 1918-1919 naar 974 in 1926-1927, om een absoluut dieptepunt van 107 te bereiken in 1939-1940 en vervolgens weer geleidelijk te stijgen. Tijdens het interbellum (1920-1939) behaalden 109 studenten het diploma ingenieur-architect aan de Technische Scholen in Gent. Na de invoering van de nieuwe structuur met 9 wettelijke graden werden in de periode 1932-1957 21 diploma's burgerlijk ingenieur-architect afgeleverd in Gent (voor een totaal van 50 diploma's in België). Is archiefvormer van Bibliotheek Bijzondere Scholen (Ecole du génie civil), bewaard door Universiteitsbibliotheek UGent Inhoudelijk gerelateerde archieven Archief van de Faculteit Wetenschappen (FWE) (UGent), bewaard door Universiteitsarchief GentArchief van Armand Cerulus, bewaard door Universiteitsarchief GentArchief van Jules Boulvin, bewaard door Universiteitsarchief GentArchief van Désiré De Meulemeester, bewaard door Universiteitsarchief GentArchief van Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur (FEA) (UGent), bewaard door Universiteitsarchief Gent Bronnen en literatuur Bronnen geïmporteerd uit ODIS: ‘De Universiteit herdacht haar 150-jarig bestaan’, in : De Brug, jg. 11, oktober-december 1967, nr. 4, pp. 213-230. ‘Hoofdmomenten uit de ontwikkeling van de Gentse Universiteit (1817-1967)’, De Brug, oktober 1967, extra nummer, 142 p. ‘Inhuldiging van het nieuwe laboratorium Magnel’, in : De Brug, jg. 3, november-december 1959, nr. 3, pp. 306-314. 150 jaar ingenieursopleiding aan de Rijksuniversiteit Gent (1835-1985) : de Faculteit van de toegepaste wetenschappen RUG, Goff, Gent, 1986. CLOQUET Louis, L’Enseignement de l’Architecture à l’Ecole du Génie civil annexé à l’Université de Gand, Gent, 1913, 77 p. COETSIER L., LEYS R., MION A., VANDERDONCK R., ‘De Betekenis van de Rijksuniversiteit te Gent in de opleiding van Burgerlijke Ingenieurs’, in : De Brug, december 1958, extra nummer, 38 p. KLUYSKENS Pierre, ‘De wet van 20 mei 1876. De Universiteit kent voortaan zelf de academische graden toe’, in: De Brug, oktober 1967, extra nummer, pp. 49-57. Liber Memorialis. Notices Biographiques. Tome II : Faculté des Sciences et Ecoles Spéciales du Génie Civil et des Arts et Manufacture, Faculté de Médecine, L. Vanderpoorten, Gent, 1913, 616 p. LUYCK Theo (red.), Liber Memorialis 1913-1960. Deel IV: Faculteit der Wetenschappen. Faculteit der Toegepaste Wetenschappen, Rectoraat Rijksuniversiteit Gent, Gent, 1960, 498 p. Luykx Theo, ‘125 jaar geleden verscheen de Eerste Organieke Wet op het Hoger Onderwijs in België’, in : De Brug , jg. 4, juli-oktober 1960, nr. 4-5, pp. 201-217. MEGANCK Leen, Bouwen te Gent in het Interbellum (1919-1939). Stedenbouw, onderwijs, patrimonium: een synthese, UGent, Vakgroep Kunst-, muziek- en theaterwetenschappen, doctoraatsverhandeling, 2002, 5 delen. Programme des Cours. QUINTYN Jan Baptist, ‘Een eeuw evolutie in het ingenieursvak’, in : De Brug, jg. 3, juli-oktober 1959, nr. 4-5, pp. 228-246. QUINTYN Jan Baptist, Gentse ingenieurs, vroeger, nu en straks, Rijksuniversiteit, Gent, 1960, 53 p. SIMON-VAN DER MEERSCH Anne-Marie, LANGENDRIES, Eliane, 175 jaar Universiteit Gent/Ghent University 1817-1992, Universiteit Gent/Stichting Mens en Cultuur, Gent, 1992, 336 p. Situation de l’enseignement supérieur donné aux frais de l’état. Rapport triennal, Brussel, 1857-1924. VANDERHEYDEN F., ‘Een vijfde fakulteit te Gent. De Fakulteit der Toegepaste Wetenschappen’, in: De Brug, jg. 1, juli 1957, nr. 2, pp. 65-70. VERPOEST Luc, Het architectuuronderwijs in België 1830-1890: aspecten van de institutionele geschiedenis, K.U.Leuven, doctoraatsverhandeling, 1984, pp. 208-269. Wegwyzer van de stad Gent. www.ugent.be Bronnengids architectuuronderwijs Vlaanderen, VAi/CVAa, Antwerpen, 2012. Referenties in andere databanken ODIS http://www.odis.be/lnk/OR_37724 Gecontroleerde trefwoorden Beroepen of funties Onderwijsorganisatie Disciplines Architectuur Gemeentes Gent (België > Vlaanderen > Provincie Oost-Vlaanderen > Arrondissement Gent > Gent) Vrije trefwoorden onderwijs onderwijsinstellingen architectuur