{"accessrestrict":"Het archief is na afspraak raadpleegbaar.","accruals":"Dat gedeelte van het abdijarchief dat in 1797 niet in veiligheid kon worden gebracht (voornamelijk rechtstitels, goedereninventarissen, kaartenboeken en kadastrale leggers) kwam in de loop van de 19de eeuw in het Rijksarchief terecht. Vandaag kunnen deze stukken worden teruggevonden in het fonds Kerkelijke Archieven van Brabant, bewaard op het Rijksarchief te Leuven.","custodhist":"1. Het Ancien Regime-archiefDe belangrijkste archiefvormers binnen de abdijgemeenschap hielden hun eigen documenten bij. De prelaat had op zijn kamer een kist waarin hij documenten stokkeerde. De provisor had een kantoor waar hij alles verzamelde. De oorkondenschat werd bewaard in een archiefkist in de oude sacristie. De rest van het statisch archief werd in een aparte archiefkamer opgeslagen. Losse stukken belandden in linnen of jutten zakjes, alfabetisch geordend op plaatsnaam. Alle archiefvormers binnen de abdij deponeerden hun statisch archief. Ook de papieren van de overleden confraters en buitenheren en van de externe functionarissen in dienst van de abdij (meiers, rentmeesters) kwamen in het archief terecht. Tenslotte werd ook archief bewaard in het refugehuis in de Minderbroedersstraat te Leuven. Met de afschaffing van de abdij in 1797 brachten de paters het overgrote deel van het archief in veiligheid. Na de heroprichting van \u0027t Park in 1836 keerden de archieven terug. De banden werden willekeurig in open rekken geplaatst en heel wat losse stukken werden in verzamelbanden samengebracht. De meer dan 1700 oorkonden werden opgeslagen in charterdozen. De losse stukken die niet werden ingebonden kwamen terecht in twee meubels. De laatste archivaris kanunnik S.F. Maes (+ 1983) begon eind de jaren \u002760 met de ontsluiting van het archief. Dit resulteerde in 1973 in een getypte plaatsingslijst. Nadien begon Maes met de inhoudelijke ontsluiting van het archief. Het resultaat is een reeks schriftjes en ringmappen met een korte inhoud van de geanalyseerde stukken.2. Het Moderne archiefDe abdij kende in de 19de en 20ste eeuw geen archiefbeleid. De belangrijkste bestuursdocumenten werden bijgehouden door de abt en prior. Het individuele archief van de kanunniken werd elk afzonderlijk op de kamers bewaard. In de loop van de 20ste eeuw werd het moderne archief druppelsgewijs naar de winterrefter overgebracht. In 2006 werd dit bestand ge\u00efnventariseerd.","archdesc_level":"Archief\/collectie","scopecontent":"De geschiedenis van het abdijarchief vangt aan met het stichtingscharter van hertog Godfried I met de Baard uit 1129 en loopt vrijwel onafgebroken door tot op heden. Een unieke en bijzondere continu\u00efteit die slechts onderbroken werd ten tijde van de opheffing van de abdij in de jaren 1796-1836. Meteen ook de historische cesuur tussen het echt oude of Ancien Regime-archief en het hedendaags archief.1. Het Ancien Regime-archiefDe kloosterlingen, zich goed bewust van het belang van het archief, streefden sinds de 12de eeuw naar een degelijke bewaring. Met het voortschrijden van de tijd vormde zich in de abdij een omvangrijke verzameling perkamenten en papieren bescheiden. Feitelijk een blauwdruk van het organigram en de veelheid van taken van de abdij van \u0027t Park als instelling.Vooral het beheer van het omvangrijke abdijdomein (3.400 ha. landerijen, weiden en bossen, 21 grote pachthoeven, verschillende watermolens, refuges en huizen in Leuven, Brussel, Nijvel, Tienen en Mechelen) resulteerde in een vrijwel onstuitbare stroom van oorkonden met de rechtitels, rekeningen, pachtcontracten, benoemingsbrieven, verkoops- en aankoopakten, processtukken, enz. De leidinggevende figuren binnen de abdijgemeenschap (met als centrale figuur de abt of prelaat gevolgd door de provisor of econoom, de kamerling en de prior) waren de voornaamste archiefvormers waarvan de talrijke documenten in het archief terechtkwamen.Het kloosterleven, feitelijk de essentie en fundamentele bestaansreden van de abdij, produceerde ook archief, maar in veel mindere mate dan het domeinbeheer. De prior, bij afwezigheid van de prelaat de feitelijke leider van de in gemeenschap levende religieuzen, hield enkel rekening bij van de voornaamste huishoudelijke kostenplaatsen, vulde de catalogi aan waarin de biografische gegevens van de confraters terug te vinden waren, en noteerde de namen van de overleden leden van de gemeenschap in het necrologium of dodenboek. Elke kloostergelofte werd vastgelegd in een plechtig door de ingetredene en de abt ondertekende akte. Sommige kloosterlingen hielden een dagboek bij - zoals kanunnik Jan Frumentius (1575-1641) en lekenbroeder architect Antoon Thijs (1683-1739) - of correspondeerden met hun familie of derden.Het beheer van de abdijparochies veroorzaakte eveneens een stroom van documenten: akten van benoeming van pastoors, kosters en vicarissen door de abt, bouwrekeningen in verband met de bouw en het onderhoud van kerken en pastories, correspondentie, stukken in verband met het innen van de tienden, stukken in verband met de kerkfabrieken en de armentafels, stukken in verband met het beheer van de curegoederen enz.Tenslotte bleek de abt, als leider van de kloostergemeenschap maar ook als bekleder van diverse interne en externe belangrijke ambten (visitator van de universiteit, lid van de Staten van Brabant en de Staten-Generaal, circator van de norbertijnerorde en aartskapelaan van de hertogen van Brabant) een archiefvormer. Honderden brieven, enkele dagboeken en dagboekfragmenten, eigenhandig bjigehouden rekeningen, processtukken, visitatieverslagen enz. illustreren de drukke agenda van de prelaat.Nog in het Ancien Regime of alleszins na het Franse tijdvak belandden ook nog enkele archieven van andere religieuze instellingen in het abdijarchief van \u0027t Park.1. Het nobertinessenklooster van Gempe in Sint-Joris-Winge. In deze in de 13de eeuw gestichte proosdij benoemde de abt van \u0027t Park tijdens het Ancien Regime \u00e9\u00e9n van zijn kanunniken als proost. De Franse tijd bracht het definitieve einde voor de zusters-kanunikessen. De laatste kloosterlinge, Julienne Bosmans (+ 1843), maakte het archief over aan haar neef, priester Jan-Hendrik Bosmans, die het uiteindelijk afstond aan de Parkabdij. Het Gempebestand is tamelijk omvangrijk (7 m.) en bevat heel wat registers, zangboeken, losse stukken en bijna 1.000 oorkonden (13de-18de eeuw)","unitdate_text":"1129-heden","physdesc":"68,74 strekkende meter ancien-r\u00e9gime archief en 15 strekkende meter modern archief","otherfindaid":"Maes, S.F. Inventaris van het oud archief der abdij van \u0027t Park in Heverlee. Heverlee, 1973. Onder meer te raadplegen op het archief van de Parkabdij.Vleugels, C. Conventuales et extra-conventuales: een archief op twee sporen. Inventaris van het Moderne archief van de abdij van Park te Heverlee-Leuven (1797-(1836)-2004). Onuitgegeven verhandeling VUB, master na master Archivistiek: erfgoedbeheer en hedendaags documentbeheer. 2006.","unitid":"unit-0006549","arrangement":"Voor de ordening van het Ancien Regime-archief, zie geschiedenis van het archiefHet hedendaags archief werd in 2006 geordend.","unittitle":"Archief Abdij van Park Heverlee"}