{"accessrestrict":"Moniek Bucquoye geeft voorlopig geen toestemming tot inzage. Omdat ze ondertussen overleden is staan we uitsluitend raadpleging in de leeszaal toe.","unitparent":"BE\/653717\/COL\/0020, Reeks interviews in het kader van een oral history project over vormgeving in Vlaanderen","archdesc_level":"Bestanddeel","scopecontent":"Sinds haar opleiding in Delft was Moniek Bucquoye (1948) ge\u00efnteresseerd in het technische aspect van design. Ze noemt zichzelf een \u2018materiaalfreak\u2019 en bekijkt design vooral vanuit het standpunt van hoe het gemaakt is, met welke materialen, en of het reproduceerbaar is. In die zin neemt ze een bijzondere positie in het Vlaamse vormgevingslandschap in, dat in zijn discoursontwikkeling toch wordt gedomineerd door kunsthistorici. Van bij het begin van haar loopbaan bouwde Bucquoye een breed nationaal en internationaal netwerk uit. Ze was zowel critica, lesgeefster, cultuur- en tentoonstellingsmaker en stuurde mee het beleid tijdens de acht jaar waarin ze voorzitter was van de Commissie Architectuur en Vormgeving van de Vlaamse Gemeenschap. Ook trok ze lange tijd het Designcentrum Vlaanderen, een vzw achter het Design museum Gent die onder andere het aankoopbeleid van het museum mee stuurde en er internationale projecten mogelijk maakte. Bovenal drukte Bucquoye haar stempel op het designgebeuren in Belgi\u00eb als directeur van Interieur, de designbi\u00ebnnale in Kortrijk, van 1981 tot 1994. Ze was er bestuurder en hoofd van de selectie.\r\n\r\nHet gesprek geeft een inkijk in de wijze waarop het onderwijs in de productontwikkeling gestalte kreeg in Vlaanderen, waarbij Bucquoye vooral de opleiding in Antwerpen met spilfiguur Jean-Jacques Stiefenhofer aanhaalt. Productontwikkeling en industrial design onderscheidt ze duidelijk van de kunstambachten. De verhouding tussen beide disciplines evolueerden: in de jaren 1970 vormden ze bijna twee gescheiden werelden, die voor een stuk naar elkaar toegroeiden. Recent krijgt ambachtelijkheid weer meer aandacht, onder andere omwille van de duurzaamheid en een vernieuwde interesse van kunstenaars voor kleine seriematige ontwerpen. Bucquoye heeft het verder over de relatie van design met architectuur en binnenhuisarchitectuur en het belang van ingenieurs voor het ontwikkelen van nieuwe materialen. Het begrip design zelf kende ook zijn evolutie, aldus Bucquoye, die opmerkt dat het woord bij de oprichting van Interieur en de eerste bi\u00ebnnale in 1967 niet voorkwam in de catalogus. Bucquoye noemt zichzelf een ondernemer, die steeds dicht bij de producenten heeft gestaan. Ze benadrukt hun belang ook en vindt dat overheidsondersteuning niet alleen de klemtoon op de ontwerper mag leggen. Ook met Interieur wil ze expliciet een forum bieden aan de industrie.\r\n\r\nHet interview werd afgenomen door Katarina Serulus op zaterdag 12 juli 2014.","unitdate_text":"2014-07-12","unitdate_end":"2014","unitid_alternative":"CVAa_ORAL_2014_0010","unitid":"BE\/653717\/COL\/0022","unitdate_start":"2014","unittopparent":"BE\/653717\/COL, Collectie media van het Vlaams Architectuurinstituut","unittitle":"Interview met Moniek E. Bucquoye"}